Overwoekerd

Benieuwd naar wat NSK 2026 voor jou in petto heeft?

Klik hier voor het Programmaboekje Overwoekerd

Het project

In de verte tussen betonnen vlaktes die langzaam beginnen te scheuren kun je iets horen. Iets ouds, iets levends. Iets dat we als mens ooit begrepen, maar nu langzaam lijken te vergeten. Terwijl we ons alsmaar verder ontwikkelen, verliezen we steeds meer uit het oog hoe de natuur ons gevormd heeft. Maar de natuur is niet verdwenen, ze is teruggetrokken, schuilt tussen de voegen van het beton in de stad, in de hoeken van ons kunstmatig gevormde leven, in ons lichaam dat nog altijd zijn oorsprong voelt. We produceren, cultiveren en genereren sneller dan ooit en sneller dan we gevoelsmatig kunnen bijhouden. De wereld is steeds meer verbonden via de technologie, maar als mens raken we verder van elkaar verwijderd. Daarbij verliezen wij de verbinding met de natuur. 

Overwoekerd is een muzikale zoektocht naar de veranderende verhoudingen tussen mens en natuur. Hoe verhouden wij ons tot iets waar we ooit mee verbonden waren, maar steeds vaker onderdrukken? Met het muzikale drieluik wat het NSK in dit concert presenteert onderzoekt het Nederlands Studenten Kamerkoor hoe klank en stem vorm kunnen geven aan de natuur, de mens en de verbinding tussen beiden. Het programma vol moderne muziek geeft een gelaagd repertoire vol contrasten: kwetsbaarheid en kracht, dreiging en troost, verstilling en uitbarsting. De natuur en mens klinken door elkaar heen als echo’s in deze veranderlijke wereld.

Onder leiding van dirigent Lodewijk van der Ree, ondersteund door repetitor Catelijn van Berkel, regisseur Mirte Bulsink, zangcoach Nathan Tax en opdracht componist Eva Beunk brengt het NSK klank en beweging samen tot een meeslepende ervaring. Het koor zingt samen met hoornist Noor Huls, die zowel solistisch als in samenspel met het koor een belangrijke rol speelt. In tien steden in Nederland wordt het publiek geleidelijk aan overwoekerd door klank en sfeer. 

Het programma

I

Benjamin Britten – Prologue voor hoorn

Pelle Gudmundsen-Holmgreen – I skovene

Veljo Tormis – Kaks laulu Ernst Enno sõnadele

Missy Mazzoli – Vesper Sparrow

II

Alexander Voormolen – Wanderers Nachtlied

Eva Beunk – Opdrachtcompositie koor en hoorn

Ted Hearne – Privilege

Intermezzo voor Hoorn

III

Evelin Seppar – Seesama meri

Paul Simon (arr. Ming Lie en Marijn Eigenhuis) – Bridge over Troubled Water

Herbert Howells – Take him, earth, for cherishing

Benjamin Britten – Epilogue voor hoorn

 

Lodewijk van der Ree over het programma

Het concert begint in de natuur. Britten opent met een hoornproloog over de boventoonreeks, de tonen die in alle natuurlijke klanken aanwezig zijn. Gudmundsen-Holmgreen creëert met vogelzang en volksliedjes een idylle van een bos. Tormis verbindt mens met natuur via oude rituelen en vogelklanken. We volgen trekvogels naar een onzeker nieuw thuis. Mazzoli’s Vesper Sparrow laat mens en natuur één laatste keer samenvloeien, maar ontspoort. In harmonie samenleven lijkt niet meer mogelijk. Als een overgang klinkt het Wanderers Nachtlied van Alexander Voormolen. De tekst van Goethe over de rust in de natuur is bij ons gereduceerd tot neurieën, maar de dreigende ondertoon (wacht maar, binnenkort rust jij ook) blijft.

Het tweede blok is een schets van de mens zelf, een spiegel die we onszelf en het publiek voorhouden. De
jonge componiste Eva Beunk schreef voor het NSK een nieuw werk voor kamerkoor en hoorn: Over
Stemmen, waarin ze het koor vraagt al improviserend op elkaar te reageren. Eva beschrijft haar nieuwe werk als volgt:
Over Stemmen gaat over de innerlijke stemmen die je naar beneden kunnen trekken, en de tegenstemmen van vriendelijkheid die je langzaam leert toelaten. De hoorn is misschien wel het hoofd waarin deze gedachtenstrijd klinkt: een instrument dat de stemmen soms bewust, soms onbewust in beweging zet, en aan het einde weer probeert ruimte, rust en een sprankje controle terug te vinden.

Van de Amerikaanse componist Ted Hearn klinkt Privilege, een aangrijpende cyclus van vijf liederen voor koor. Hearne zegt zelf over het stuk:
“Het eerste en derde deel zijn gebaseerd op korte teksten die een hedendaags, bevoorrecht leven (het mijne) bevragen. Het tweede en vierde deel zijn gezet op delen van Bill Moyers’ interview met David Simon uit 2009. Casino verklankt Simons antwoord op Moyers’ vraag: “Waarom denk je dat we zulke grote verschillen tussen arm en rijk tolereren?” They Get It kaart de gedachte aan dat er een groot deel van onze bevolking is wiens bestaan onnodig is voor de Amerikaanse economie, met name zij die “ondergeschoold zijn, die slecht bediend zijn door het schoolsysteem in de binnenstad, die niet voorbereid zijn op de technocratie van de moderne economie.” Het laatste deel, We Cannot Leave, is gezet op een Engelse vertaling van As’ Kwaz’ uKuhamba, een Xhosa anti-apartheidslied. Zuid-Afrika heeft een sterke traditie van muziek als instrument in de strijd tegen maatschappelijke onderdrukking en ongelijkheid. De zetting is een eerbetoon aan die praktijk.”

Het derde blok in ons concert brengt mens en natuur weer samen. Soliste Noor Huls speelt Olivier Messiaen’s Appel Interstellaire, uit zijn gigantische lofzang aan de Grand Canyon, Des Canyons aux Etoiles… De immense sterrenhemel boven dit wonderlijke landschap plaatst alles in een perspectief waarin we ons tegelijk nietiger en meer verbonden voelen. Seesama meri  is een zetting van een gedicht van Jaan Kaplinski (“Dezelfde zee in ons allen – rood, donker, warm”), waarin Kaplinski een parallel maakt tussen de zee waaruit onze verre voorouders ooit gekomen zijn, en het bloed wat door onze aderen stroomt, voor alle mensen hetzelfde. Ming Lie maakte voor het NSK een nieuw arrangement van Paul Simon’s Bridge over Troubled Water, een symbolische brug over de troebele, woelige wateren die in Seppar’s stuk nog niet helemaal gestild zijn. Tot slot kunnen we het stuk Take him earth, for cherishing van de Britse componist Herbert Howells, geschreven ter nagedachtenis aan de vermoorde
Amerikaanse president John F. Kennedy, horen als een geruststellende herinnering dat het voor iedereen hetzelfde zal eindigen; na de dood wordt het lichaam weer opgenomen in de aarde, weer verbonden met de elementen waar het ooit uit is ontstaan. Als Noor nog een keer het solostuk van Britten heeft doen klinken op haar hoorn, dit keer als epiloog, is de circel rond.

Back To Top